Toen Niels me voorstelde om mee te gaan naar Nepal, heb ik maar even moeten twijfelen. Geen haar op m’n kale hoofd had er eerder al aan gedacht om naar Nepal te gaan, en die trip staat ook niet op m’n bucketlist voor de verre toekomst. Maar net daarom zei ik ja: als zo’n voorstel je gepresenteerd wordt, kan je het niet laten liggen. Dat zou zonde zijn.

De enige bedenkingen die ik had, waren eigenlijk irrelevant: Niels is een collega van me, die ik ondertussen ook als vriend beschouw. Maar naast zijn trouw en een paar gezellige avonden aan een kampvuur op onze personeelsdriedaagses hebben we voornamelijk nog maar werkgerelateerde tijd doorgebracht. So what, als we uren vergaderen kunnen doorstaan, kunnen we ook wel een week in een muffe hotelkamer en dagenlange autoritten met elkaar doorbrengen zeker?

Niels kent Nepal als zijn broekzak en gaat er al lang niet meer om er de toerist uit te hangen. Deze trip was een jaarlijkse werkreis voor Samundra. Niels en Kristof gingen er enkele lopende projecten bezoeken, en vooral: strategische meetings en overleg houden met Samundra Nepal. Ik mocht meegaan en meedoen, inclusief vergaderingen. Maar als ik de toerist wilde uithangen, dan ging ik aan die twee niet veel hebben, werd me op voorhand gewaarschuwd. So what, als ik uren vergaderen in Brussel met Niels kan doorstaan, dan zal dat in Nepal ook wel lukken, zeker?

En dan is er dus nog Kristof – Sprokkel voor de vrienden. Niels en iedereen in Nepal zeggen dus ‘Sprokkel’. Maar Kristof en ik hebben elkaar nog nooit ontmoet, behalve dat we allebei op Niels zijn trouw waren: ik als kersverse collega, Sprokkel als ceremoniemeester en trouwe vriend. Het verschil kon niet groter zijn. Maar so what, als Sprokkel en Niels vrienden zijn, dan zal dat wel een toffe kerel zijn zeker?

En kwam het dat ik op een zondagochtend m’n lief en m’n driejarige zoon uitzwaaide aan het station van Gent-Dampoort. Ik trok naar Antwerpen, waar ik Kristof en Niels zou vinden om door te treinen naar Amsterdam. Alleen vergat Niels zijn gsm thuis en miste hij de trein. En zo zat ik alleen met Kristof op de trein naar Schiphol, in de hoop dat Niels ons nog zou inhalen en we niet met een man minder naar Nepal verder moesten. Maar eens in Schiphol aangekomen, duurde het maar even voor Niels een trein later aankwam en zich mocht verbazen over het feit dat Kristof ondertussen Sprokkel geworden was. Ons avontuur was begonnen.

Op voorhand, en tijdens de lange reis naar Kathmandu, wilde Niels me voorbereiden op dit avontuur. Met uitleg over wat ik zou kunnen verwachten, hoe Nepal is en de Nepalezen zijn, hoe de vergadercultuur met Samundra Nepal heel anders is dan we hier gewoon zijn, over het eten en de eetgewoontes, over het soort projecten dat we zouden bezoeken, dat ik misschien wel een cultuurshock zou kunnen ervaren, …. Maar telkens stopte ik mijn oren dicht en zei: “We zien wel, ik ga het gewoon laten gebeuren.”. En het gebeurde ook gewoon: een week Nepal vloog voorbij.

Ik zou een volledig reisverslag kunnen schrijven, maar dat ga ik niet doen. Ik beperk me tot drie dingen die me opvielen of die ik onthoud van deze reis:

Nepal is een mindset
Het klinkt als een quote op een T-shirt die ik veel te duur in een hippe koffiebar zou kunnen verkopen, maar het klopt: Nepalezen zijn zo vreedzaam en vredelievend, zo hartelijk en gastvrij. En hoewel het dagelijkse leven voor heel wat mensen echt niet rooskleurig is, merkte ik zoveel optimisme en positivisme op. En hoop ook, hoop en hoge verwachtingen op beterschap met de nieuwe regering die er na de Gen Z-protesten verkozen werd.

Ik weet niet hoe het komt, maar het zal wel helpen dat de meerderheid van de Nepalezen boeddhist of hindoe is, zo niet de twee meest vreedzame religies. En anders is het de berglucht.

Het valt ook op hoe trots en fier men is op Nepal, even patriottisch als de Fransen maar zonder dat arrogante chauvinisme. Integendeel, bescheidenheid is troef in Nepal. Het is een trots die ze niet van de daken moeten schreeuwen of in leuzen op hun gebouwen moeten zetten, maar een fierheid die je merkt aan hoe iemand begint te glunderen als je hen iets vraagt over hun mooie land, hun taal, hun gewoonten of hun natuur.

Oh, en nog iets wat me opviel: Nepalezen zijn echt grappig. Ik kan natuurlijk niet veralgemenen voor de hele bevolking, maar de mensen waarmee we ons deze week omringden, waren echt grappig. Met zo’n fijngevoelige humor en zelfrelativering: ze lachen hartelijk mee met mopjes over zichzelf of over hun land en doen er zelfs aan mee. Ze waren zeker niet verlegen om ons terug te pakken met scherpe sneren aan ons adres. We hebben veel gelachen met en over elkaar deze week.

De ‘national dish’ wordt erg serieus genomen
Drie keer per dag, elke dag… Dal Bhat, dal bhat, dal bhat… Rijst met linzensoep, groenten en vlees. Elke dag, elke maaltijd. Op de dagen dat we op schok waren met de auto om projecten te bezoeken, was er geen ontkomen aan. Dal bhat onderweg, dal bhat bij mensen thuis, dal bhat overal. Na drie dagen kon ik er niet meer aan denken om nog maar eens met m’n handen diezelfde rijst en linzen binnen te spelen, maar toch: van zodra dat bord opnieuw voor je staat, verbaast het hoe lekker het is. En elke keer toch net iets anders. Een ode aan dal bhat, bijna.

De projecten van Samundra
Voor deze reis wist ik enkel van Samundra wat Niels me erover vertelde op het werk. Niet veel dus, al wist ik ondertussen heel goed dat je bij giften vanaf €40 een fiscaal attest kan krijgen. Tijdens deze week bezochten we drie projecten, toevallig alle drie op lokale scholen, maar toch heel verschillend:

  • een kleuterschool/lagere school voor kinderen met een beperking die nieuw meubilair en (spel)materiaal aankocht
  • een school die een nieuwe sanitaire blok bouwde omdat de vorige echt niet meer voldeed
  • een school die een nieuwe keuken en kantine bouwde voor de studenten en leerkrachten die er op internaat verblijven

Het was fijn om te zien wat Samundra Nepal nu precies doet. Al doen ze natuurlijk veel meer dan enkel schoolprojecten: health camps, medical screenings, landbouwinitiatieven, ….

Het bezoek illustreerde vooral hoe lokaal, gericht en tastbaar Samundra Nepal werkt. Je kan letterlijk zien waar de middelen en financiële steun naartoe gaan. Ik heb aan de nieuwe tafels gezeten en tegen de nieuwe muren van de kantine geleund. Niels en Sprokkel hebben de nieuwe toiletten als eersten getest en goedgekeurd (ik moest niet, dat kwam door de dal bhat). Dus ja, je weet het: bij giften vanaf €40 kan je een fiscaal attest krijgen en die €40 komt écht goed terecht.

Conclusie
Het mooie aan deze reis is dat ik gewoon mocht volgen: ik heb kunnen meesurfen op de jarenlange relatie en vriendschap die Niels en Sprokkel met het land en de mensen van Samundra Nepal hebben. Ik heb me geen enkel moment een toerist of een vreemdeling gevoeld, ik was van in het begin deel van de compagnie.

Maar ik moest niet enkel volgen, ik werd evenveel betrokken en kon ook bijdragen aan de meetings wanneer ik dat wou. Zowel Niels en Sprokkel als de Nepalezen van Samundra gaven me het gevoel dat ik deel uitmaakte van dit project, terwijl Nepal en de werking van Samundra me nog helemaal vreemd waren voor ik vertrok.

Over één waarschuwing had Niels gelijk: “Nepal is een gevaarlijk land… voor ge ’t weet zijt ge verliefd”.

Isaac Verhaeghe, april 2026